Meervoudige Intelligentie
Wij stellen de leerlingen en de individuele verschillen tussen leerlingen centraal. Onze plannen voor de toekomst richten zich in toenemende mate op verschillen in leerstijlen tussen leerlingen en de vorming van aparte leerstromen die hieraan tegemoet komen. Hierbij willen we uitgaan van het concept van “Meervoudig Intelligentie”.
In het onderwijs wordt in de praktijk vooral een beroep gedaan op de Verbaal-Linguïstische(gericht op taal) Intelligentie en de Logisch-Mathematische (gericht op logisch redeneren en cijfers) Intelligentie.
De leerlingen leren het best en het meest als de onderwijsgevenden hun instructies en werkvormen afstemmen op de diversiteit aan intelligenties. Dan pas kunnen alle kinderen aan bod komen. Onze vraag is dan ook niet: “Hoe intelligent is dit kind?”, maar “Hòe…. is dit kind intelligent?”

Alle leerlingen hebben hun zwakke en hun sterke kanten. Sommige leerlingen zijn goed in de zaakvakken; andere leveren bijzondere prestaties op kunstzinnig gebied. Er zijn leerlingen die leren met de vingers in de oren, heel geconcentreerd, boven hun boek. Er zijn leerlingen die beter leren in een groep waarin ze elkaar helpen, uitleggen, informatie uitwisselen.
Het zou goed zijn als we wisten op welke wijze leerlingen gemakkelijk leren en waar hun blokkades of mindere mogelijkheden liggen. Andere leerlingen hebben de behoefte leerstof in een schema te zien, andere kunnen problemen gemakkelijker verkennen als het visueel is: ze moeten het kunnen zien, voelen, vasthouden.
In dit kader is de theorie over ‘meervoudige intelligentie’ van de Amerikaanse leerpsycholoog Howard Gardner van betekenis. Gardner ontwikkelde de theorie van 8 intelligenties. Iedereen heeft ze, maar ieder gebruikt ze op eigen wijze. De ene intelligentie is bij een mens beter ontwikkeld dan de andere – mensen zijn verschillend! (Bron: o.a. Wikipedia)
De volgende intelligenties, waarin een mens knap kan zijn, zijn aangetoond:
- Verbaal-Linguïstische Intelligentie (woordknap): als je graag leest, brieven schrijft, verhalen vertelt, woordspelletjes doet, bezig bent met spelling, etc.
- Logisch-Mathematische Intelligentie (reken & redeneerknap): als je graag experimenteert, dingen samenvat, gegevens analyseert, rekent en rekenspelletjes doet, logisch redeneert, etc.
- Intrapersoonlijke Intelligentie (zelfknap): als je goed kunt omgaan met je gevoel, je stemming, als je ook graag alleen bent, graag dromen en fantasieën analyseert, graag een dagboek bijhoudt, etc.
- Lichamelijk-Kinesthetische Intelligentie (beweegknap): als je graag aan sport doet of er naar kijkt, graag toneel speelt, graag knutselt, gebaren maakt bij het praten, als je handig bent etc.
- Naturalistische Intelligentie (natuurknap): als je graag allerlei dingen verzamelt, oog hebt voor dingen in de natuur, graag met dieren bezig bent, interesse hebt voor het milieu, etc.
- Visueel-Ruimtelijke Intelligentie (kijkknap): als je graag kaarten leest, tekent, schildert, fotografeert, als je ergens goed de weg weet, graag legpuzzels maakt, etc.
- Muzikaal-Ritmische Intelligentie (muziekknap): als je graag zingt of een instrument bespeelt of naar muziek luistert, als je achtergrondmuziek prettig vindt, als je makkelijk liedjes herkent, etc.
- Interpersoonlijke Intelligentie (mensenknap): als je jezelf goed kunt verplaatsen in wat een ander denkt/voelt, als je vrienden heel belangrijk vindt en graag naar feestjes gaat, als je graag voor iemand zorgt, graag samenwerkt, etc.
Al deze intelligenties zijn in iedere leerling aanwezig maar niet alle zijn op dezelfde manier ontwikkeld of worden in dezelfde mate gebruikt. Leerlingen pikken de lesstof veel gemakkelijker op, beleven veel meer succeservaringen als we uitgaan van hun intelligentieprofiel. In de les willen we gebruik maken van de sterke intelligenties bij kinderen en de minder sterke kanten activeren.
|